Het district waar de “Speysides” vandaan komen, heeft de vorm van een botte wig. De top ligt diep in de noordelijke uitlopers van de Cairngorn Mountains, de Moray Firth vormt de basis, de rivier de Findhorn vormt de westelijke grens en de rivier de Deveron de oostelijke. Het gebied wordt doorkruist door de rivieren de Lossie en de Spey, de snelst stromende rivier van Schotland (hoewel geen van de distilleerderijen het water ervan gebruikt), waar de zijrivieren Avon, Livet, Fiddich en Dullan op uitkomen.
Speyside staat algemeen bekend als het centrum van de whiskyproductie. Het omvat tegenwoordig tweederde van de malt whisky distilleerderijen van Schotland. 47 ervan zijn operationeel, Tamnavulin en Pittyvaich zijn tijdelijk stopgezet, hoewel hun malts nog verkrijgbaar zijn.
Speysides zijn over het algemeen zoet en rijk aan esterachtige kenmerken, waardoor ze ruiken naar peerdrops en aceton (nagellakremover), zelfs anjers, maartse viooltjes, rozen, appels, bananen en citroenlimonade. Ze hebben een grote finesse en het zijn de meest complexe en geraffineerde malt whisky’s. Ze worden doorgaans bereid uit zeer licht geturfde mout, maar de gerst zelf en het gebruikte water kunnen delicate rookzweempjes afgeven. Ze zijn over het algemeen lichter dan ander Highland en Island whisky’s, hoewel de malts die op sherryfust zijn gerijpt een chocoladeachtige volheid verkrijgen (Macallan – weinig aroma, Balvenie, Strathisla en Cragganmore bijvoorbeeld). Er is wel opgemerkt dat de whisky’s uit Keith vaak een delicaat aroma hebben.
In de geschiedschrijving worden maar 16 boeren annex distillateurs genoemd die voordeel trokken uit de Excise Act van 1823. Zeven van hen hielden het maar een paar jaar vol, maar acht van hen bestaan nog steeds. Dat zijn Aberlour, Cardhu, The Glenlivet, Longrow, Macallan, Miltonduff, Mortlach, Balmenach en Glenburgie.
De volgende bouwfase kwam in de jaren 1840 en 1850, met Glen Grant en Glenfarclas, Dufftown en Dailuaine. De ontwikkelingen werden verder aangemoedigd door de aanleg van een aftakking van de Great North of Scotland Railway van Dufftown naar Keith aan het eind van de jaren 1850, en de aanleg van de Speyside Railway van Keith naar Boat of Garten in 1867. Zowel Mortlach Distillery als Cragganmore hadden hier baat bij, maar Speyside brak pas echt door in het midden van de jaren 1880. Zo’n 23 distilleerderijen, die alle nog steeds in bedrijf zijn, werden tussen 1886 en 1899 opgericht. Dit was de tijd van de “Whiskyhausse”, toen de blenders de zoete, geurige, geraffineerde malts uit Speyside niet aangesleept konden krijgen.
Toen in 1900 een eind kwam aan, deze expansieperiode, sloten veel distilleerderijen tijdelijk hun poorten, maar in de jaren zestig kwamen ze weer tot leven en werden ze opgekalefaterd, toen de vraag toenam. Tussen 1958 en 1975 werden nog eens tien distilleerderijen in Speyside gebouwd, die nu op één na (Pittyvaich) allemaal nog in werking zijn.
![]() |
|
Aan de oostgrens van de Speysideregio ligt Banff. De distilleerderijen rond Banff, die soms de “Deveron Malts” worden genoemd, liggen weliswaar ver oostelijk van Speyside.
Het zou misschien logischer zijn deze tot de Easthern Highland regio te rekenen. Maar net als hun verre neven in de Glenlivet vallei zijn dit typische Speyside malts.
![]() |
|
Referentiedocumenten